• home
  • video
  • pas verschenen

    Emile Mattheeuws is top in trial op de motor: "Nog nooit ernstig ongeval gehad"

    Sportweekend begaf zich dit weekend naar Mont Panisel, een mysterieuze plek nabij Bergen. In een ver verleden was het een plek waar druïdes met elkaar afspraken, sinds 1956 wordt er aan trial op de motor gedaan. De West-Vlaming Emile Mattheeuws is daar een van de besten van het land in.

    Motorcrosstrial is bekend in het buitenland en in Wallonië, maar zo goed als onbekend in Vlaanderen. Toch is een van de Belgische toppers in de discipline een West-Vlaming. 

     

    Emile Mattheeuws neemt de crew van Sportweekend een hele dag op sleeptouw en vertelt in de eerste plaats wat de regels van de discipline zijn. En die zijn niet zo heel verschillend van die op de fiets: "De bedoeling is om zo weinig mogelijk voeten aan de grond te zetten tijdens een oefening."

     

    Een parcours waarbinnen de trialbikers manoeuvreren is vrij beperkt qua oppervlakte: "Het bestaat meestal uit een steen, een houtsblok, een beklimming of een korte draai. Het zijn uitdagingen die je moet overwinnen met zo weinig mogelijk voeten aan de grond. Elke voet aan grond is een strafpunt, de winnaar is diegene met de minste strafpunten."

    "De universiteit van de motorsport"

    Grote namen uit de motorsportwereld zoals Stefan Everts deden ook aan trial. Is het dan de ideale leerschool? "Er zijn veel rijders uit de MotoGP, het motorcross of de enduro die thuis een trialmotor hebben. Ze kweken en onderhouden er hun behendigheid mee. Dat nemen ze mee naar hun eigen discipline. Daarom noemen ze trial ook de leerschool of universiteit van de motorsport."

     

    "Veel mensen vragen me trouwens of deze sport niet heel gevaarlijk is. Maar ik heb, hout vasthouden, nog nooit iets ernstigs meegemaakt."

    Ze noemen trial ook wel de universiteit van de motorsport. Veel rijders uit de MotoGP of motorcross onderhouden er hun behendigheid mee.

    Emile is na een dagje crossen tweede in de wedstrijd en beste Belg. Hij moet enkel de Fransman Julien Rousselle voor zich dulden. Daarmee kan hij tevreden terugblikken: "Ik ben eerste voor het Belgisch kampioenschap, dus dat is top."

     

    Hoe goed hij eigenlijk is? "Op Belgisch niveau ben ik tweede in het algemene klassement. Dus dat zal mijn positie wel zijn. Maar als je op wereldniveau gaat bekijken, mis ik dat laatste tikkeltje om bij de top te zijn."

    Bekijk de reportage uit Sportweekend