• home
  • video
  • pas verschenen

    Een kind van 9 sport best maximaal 9 uur per week. Lees deze en andere tips als sportouder!

    "Je hoeft niet bij elke wedstrijd van je kind aanwezig te zijn."

    Sportdokter Tom Teulingkx heeft een boek geschreven over kinderen, ouders en sport. Welke sport moet je je kind laten beoefenen? Wat als je kind een blessure oploopt? Hoe steun je je sportende kind het best? Moet je je sportende kind voedingssupplementen geven? In dit artikel geeft de dokter alvast enkele interessante antwoorden.

    Sportouders

    Sportdokter Tom Teulingkx schreef samen met medisch journalist Marc Geenen het boek "Sportouders. Alles wat ouders over sportende kinderen moeten weten". Meer info: www.sportouders.eu.

    1- Welke sport moet je je kind laten beoefenen?

    Tom Teulingkx: Je moet je kind niet per se laten sporten. Je moet je kind vooral genoeg laten bewegen. De Wereldgezondheidsorganisatie raadt aan om elke dag 1 uur matig tot intensief te bewegen. 90% van de kinderen komt daar niet aan toe. Het gevolg: we laten onze kinderen georganiseerd bewegen en dat is dan “sporten”.

     

    Dan rijst de vraag: welke sport is geschikt voor mijn kind? Dat houdt alle ouders bezig. Wij hebben daar ook ons hoofd over gebroken en hebben een 5-stappenplan ontworpen.

     

    Ten eerste maak je een longlist: je onderzoekt welke sportclubs je binnen de 20 à 30 minuten kunt bereiken. Het is belangrijk om dat in de gaten te houden, want als je meerdere kinderen hebt die sporten, ben je op den duur alleen maar de taxichauffeur van die kinderen.

     

    Van die longlist maak je vervolgens een shortlist. Samen met je kind, want dat moet je altijd betrekken in deze keuzes. Je kunt de sporten tonen aan je kind, bijvoorbeeld met filmpjes op youtube. Denk daarbij niet aan clichés, zoals een jongen moet voetballen en een meisje moet turnen. Denk out of the box: wat is leuk om te doen?

     

    Zodra je een aantal sporten overhoudt, ga je in die club een paar keer kijken en testen. Dat is niet altijd evident. Daarom vragen we aan steden en gemeenten om de deuren van de clubs op bepaalde momenten te openen, zodat de kinderen eens kunnen proeven van de sport.

     

    Daarna bekijk je wat je kind graag doet en wat het leuk vindt, plus: waar het talent en de lichaamsbouw voor heeft. Want het is natuurlijk de bedoeling dat je kind de sport mentaal en lichamelijk volhoudt. 

     

    Ten laatste is het belangrijk om te weten dat je kind gezond genoeg is en er zeker geen medische aandachtspunten zijn die in acht genomen moeten worden. Ga even naar de website www.sportkeuring.be, om na te gaan of een bezoekje aan de (sport)arts noodzakelijk is om met sport te beginnen.

    2- Wat als je kind niet graag sport, maar liever een boek leest of een muziekinstrument bespeelt?

    Daar is niks mee. Zo lang je kind maar voldoende beweegt. We kunnen kinderen wel verplichten om te bewegen, maar niet om te sporten.

     

    Sport heeft - en dat zeg ik met alle respect - wel bepaalde troeven die andere vrijetijdsbestedingen niet of minder hebben, zoals omgaan met winst en verlies, omgaan met andere mensen en gezag en in groep leren werken.

     

    Sport dwingt je ook om op langere termijn te denken en dwingt je om op te bouwen. Dat is iets dat we misschien wel nodig hebben in deze maatschappij.

    3- Wat als je kind geblesseerd of overtraind is?

    Ik zie die kinderen in mijn praktijk geregeld binnenkomen. Kinderen zijn geen mini-volwassenen. Kinderen hebben groeispurten en daar loert het geval van overbelastingsletsels om de hoek.

     

    Het bot groeit meestal wat sneller dan de spieren en de pezen. Als je daar dan belasting op geeft met loop- en sprongsporten kan je hardnekkige blessures oplopen.

     

    Soms moeten kinderen 4, 5 of 6 maanden aan de kant staan. Dat is rampzalig voor een kind, want ze kunnen hun energie niet meer kwijt. Daar moet je dus goed op inspelen.

     

    De ouders hebben daar een belangrijke taak: ze moeten hun ogen openhouden voor het fenomeen pijn. Ga pijn vooral niet onderdrukken met pijnstillers, want sport en pijnstillers gaan niet samen.

     

    Laat kinderen vooral goed revalideren. Je kunt gerust met een jong kind naar de kinesist gaan voor een revalidatie. Gooi ze niet in de wei voor ze hersteld zijn.

     

    Dit is ook een oproep voor de clubs: bouw genoeg rustperiodes in. Seizoenen sluiten naadloos op elkaar aan, waardoor kinderen geen rust meer krijgen. Mentaal en fysiek niet. Dat leidt tot te veel problemen.

    4- Hoe bewaar je het evenwicht tussen genoeg steun bieden en niet te veel druk leggen op je kind?

    Wij maken het onderscheid tussen topsportouders en flopsportouders. Die houden evenveel van hun kinderen, maar topsportouders doen dat zonder druk te leggen op de sport van hun kind.

     

    Flopsportouders worden er dan weer helemaal in mee gezogen en gaan hun eigen droom beleven via hun kind. Dan ondermijn je de autonomie van je kind en dat is niet gezond.

     

    Supporteren is steunen. Dat wil zeggen dat je kind de sport moet kunnen beoefenen met goed materiaal en dat je kind op de sportclub moet geraken.

     

    Naast het veld mag je supporteren. Liefst voor iemand en niet tegen iemand. Probeer je emoties te controleren en bijt af en toe eens op je tong.

     

    In het voetbal kennen ouders de regels beter dan de scheidsrechter en de VAR en ondermijnen we het gezag van de trainer. Je hoeft niet elke wedstrijd aanwezig te zijn. Je kind zal meer verantwoordelijkheidszin krijgen als het er eens alleen voor staat.

     

    En probeer weg te blijven van trainingen. Als je toch op de club bent, ga daar dan iets anders doen. Sport zelf of neem wat werk mee. Laat de training aan de spelertjes en de trainers. Dus: distantieer je zelf emotioneel en fysiek.

    5- Moeten kinderen voedingssupplementen, vitamines en sportdranken nemen om beter te worden?

    Het antwoord is even simpel als saai: neen. Een evenwichtige voeding is het belangrijkste. Een gezond kind heeft geen vitamines nodig.

     

    Eén vitamine is wél belangrijk: vitamine D. Er is dikwijls weinig zonlicht, waardoor veel kinderen te weinig vitamine D krijgen. Vitamine D is dan een goed hulpmiddel, zeker in de winter. Enkele druppeltjes bij het ontbijt stimuleren de botkwaliteit, immuniteit en spieractiviteit. Dat kan een tip zijn.

     

    Andere supplementen kunnen op doktersadvies, maar zou ik anders niet aanraden. Het is verloren moeite en creëert verkeerde verwachtingen. Soms is het ook een opstapje naar verboden middelen, wat we uiteraard vermijden.

     

    Mag je zondigen met voeding? Zeker. Als je het 80% van de tijd goed doet - dat wil zeggen evenwichtig eet en niet te veel suikers neemt - dan kun je in die andere 20% zeker eens zondigen. Dat moet zelfs. Frieten met een cervela speciale moeten best eens kunnen.

     

    In sportkantines zou wel een beter aanbod moeten komen van gezonde voeding, in plaats van suiker. Suikerziekte is een gigantisch probleem, ook op jonge leeftijd. Er mag gerust wat boter op je boterham en je mag gerust volle yoghurt eten, maar probeer suikers te vermijden.

    6- Staat het aantal uur sport per kind gelijk met de leeftijd?

    Het gaat over een maximaal aantal uren. Het aantal uur dat je kind per week sport, hangt samen met de leeftijd. Een kind van 10 jaar mag maximaal 10 uur per week sporten.

     

    Daar kom je als kind snel aan als je ook sport naast de school. Maar ik zie kinderen van 9 jaar die 16 uur per week turnen. Dat vind ik echt te veel.