• home
  • videozone
  • win!
  • quiz & opvallend

    Klaas Vantornout en het zwarte gat? "Ik maak de beste periode van mijn leven mee"

    Klaas Vantornout fietst alleen nog voor zijn plezier.

    "Neen, het kriebelt niet, #lovemylife", zo reageerde Klaas Vantornout op een aankondigende tweet van de Brico Cross. Waar hij eerder nog schrik had voor het zwarte gat, lijkt Klaas Vantornout zijn nieuwe leven helemaal te hebben omarmd.

    "Ik werd aan het einde van mijn loopbaan bang gemaakt door ex-renners die waarschuwden voor het zwarte gat en een mogelijke depressie. Die laatste maanden waren dan ook de zwaarste voor mij. "

     

    "Maar eens gestopt, werd ik een heel ander mens. Ik herleefde weer, zonder al de druk en de stress. Ik heb genoten van het leven en ik heb er geen seconde spijt van. Ik maak de beste periode van heel mijn leven mee." 

     

    "De voorbije 6 maanden heb ik gefietst en redelijk veel in de fitness gezeten. Daarnaast ben ik met mijn gezin en mijn dochter bezig geweest. Nu geef ik vier avonden per week fietsmechaniek in het avondonderwijs., voor mensen die zelf aan hun fiets willen leren werken. Dat is heel fijn."

    "Ik amuseer me nog altijd rot op mijn fiets"

    Aan een comeback denkt Klaas Vantornout dus helemaal niet. Al plaatst hij op sociale media nog vaak foto's van zijn fietstochten.

    "Ik heb mijn job altijd graag gedaan en ik ben trots op wat ik bereikt heb. Ik ben met een voldaan gevoel gestopt en heb alles uit mijn carrière gehaald. Maar dan staat de jonge garde daar en die is gewoon beter. 36 jaar is oud genoeg."

     

    "Toch fiets ik nog heel vaak. Mijn fiets heeft mijn leven bepaald, dus ik zie niet in waarom ik moet stoppen. Als ik fiets, is het pakweg 120 kilometer aan een stevig tempo om mijn conditie op peil te houden."

     

    "Ik doe nog af en toe een mountainbikewedstrijdje, maar 5 à 6 uur op een fiets zitten? Dat hoeft voor mij niet. Het wordt ook altijd maar extremer. Het moet plezant blijven."

    Getrouwd in een rode Ferrari

    Klaas staat erom bekend een autoliefhebber te zijn. Zo trouwde hij eerder dit jaar in een rode Ferrari.  

     

    "Van een verzameling kan je niet echt spreken. Ik rijd af en toe met iets speciaals, in samenwerking met een autoleverancier uit Izegem. Ze hebben af en toe heel exclusieve wagens.  Die mag ik dan gebruiken om reclame rond te maken.

     

    "Morgen rijd ik op die manier mee in de reclamekaravaan van Izegem koerse. Niet met de fiets, die staat op het dak, ik heb dan 700 PK onder mijn zitvlak."

    "Mathieu van der Poel zal zijn conclusies trekken in het mountainbiken"

    De passie voor auto's is er eentje die hij deelt met Mathieu van der Poel, een van de weinige veldrijders met wie hij nog contact heeft. "Iedereen weet dat Mathieu en ik kameraden zijn. Ik hoor niet veel renners meer, maar hem hoor ik nog wel."

     

    "Meestal gaat het dan over auto's, maar ook over zijn uitdagingen.  In het mountainbiken heb ik hem gevolgd en daar doet hij het uitstekend.  Maar het niveau is niet te onderschatten. Dan moet je ook conclusies durven trekken."

     

    "Wereldkampioen Nino Schurter rijdt niet alleen heel hard bergop, maar ook bergaf gaat hij als een speer naar beneden. Mathieu is jong en we kunnen alleen maar toejuichen dat hij zijn capaciteiten aftast. Maar op een gegeven moment zal hij keuzes moeten maken. Ik denk dat het eerder weg en veld zal zijn."

    "Geen cadeau voor Kevin Pauwels en de oude garde"

    Tot slot nog een woordje over zijn ex-ploegmaat Kevin Pauwels. Die zit intussen weer in de stal van inspanningsfysioloog Peter Hespel, waaronder hij destijds heel goed was. Wat kan er nog?

     

    "Kevin zal zijn mannetje staan, maar opboksen tegen het jonge geweld zal heel moeilijk zijn. Ik spreek uit ervaring. Het wordt heel moeilijk eens je de 35 gepasseerd bent."

     

    "De jeugd is er en heeft laten zien dat ze extreme resultaten kunnen neerzetten op de weg. Het niveau is denk ik weer een stuk omhoog gegaan. Voor de oude garde zal het geen cadeau zijn."

    Luister naar het gesprek met Christophe Vandegoor: