• home
  • video
  • pas verschenen
  • win!
  • quiz & opvallend

    Sugar Jackson wil boksen: "Maar zover is het nog lang niet"

    Stapt Sugar Jackson weldra weer de ring in?

    Het welles-nietesspelletje tussen Sugar Jackson en de Vlaamse (en Waalse) boksliga kent een nieuwe episode. Jackson heeft voor de zoveelste keer aangekondigd opnieuw in de ring te zullen stappen, maar zover is het volgens de boksliga nog lang niet.

    Met een bericht aan Studio Brussel-collega Stijn Vlaeminck liet Sugar Jackson dinsdag weten dat hij opnieuw mag boksen en in augustus in de ring zal stappen. Maar bij de Vlaamse Boksliga wordt dat bericht serieus genuanceerd. 

    "Sugar Jackson zegt al jaren dat hij wil terugkeren. Maar wij kijken naar zijn gezondheid. We hebben hem per brief laten weten dat we hem naar dokter H. Wagemans in Ekeren, een erkende keuringsarts, willen sturen."

    "Als die arts Sugar Jackson goedkeurt, houdt het daar niet op. Dan zullen we hem publiek laten sparren en niet tegen de eerste de beste. Hij zal sparren met de Belgische kampioen in zijn gewichtsklasse, Meriton Karaxha. Dat zal gebeuren in de zaal van zijn ex-begeleider Renald De Vulder."

    "Een commissie met een arts, een jury, leden van de raad van bestuur en een expert-trainer zal over zijn zintuiglijke geschiktheid oordelen."

    Het lichaam van Sugar Jackson zou helemaal afgetraind zijn, maar boksen is meer dan spierkracht. "Wij denken niet dat hij de slagen voldoende zal zien aankomen."

    "Ik wil geen dode bokser op mijn geweten"

    "Laat het duidelijk zijn. De bokssport in België mist iemand als Sugar Jackson. Hij was reclame voor onze sport. Maar ik zou niet de eerste voorzitter in België willen zijn die een dode bokser op zijn geweten heeft."

    "Net als andere bokskenners zoals Freddy De Kerpel zie ik hem liever niet meer terugkeren. Ook de Waalse boksliga zal hem geen licentie geven. Als hij een licentie vraagt in het buitenland, zullen we hem tegenhouden in België een kamp te boksen."

    Het bericht van Sugar Jackson aan Stijn Vlaeminck: