• home
  • video
  • pas verschenen

    Vluchtelingen in de sport, van Mbenga over Vidovic tot Kompany

    Mbenga en zijn mentor Willy Steveniers.

    België heeft ook heel wat mooie sportmomenten te danken aan vluchtelingen. Onder anderen voetballers uit de Balkan en politieke vluchtelingen uit Afrika hebben een grote sportieve rol gespeeld voor ons land. We schetsen de verhalen van Didier Mbenga, de 3 Musketiers van Sarajevo en veldlopers Belete, Bekele en Abdi. Ook de vader van Vincent Kompany belandde in België als een politiek vluchteling.

    Didier Mbenga, van het asielcentrum in Kapellen tot de NBA

    De 34-jarige Didier Mbenga praat niet graag over zijn vlucht uit Congo. Zijn vader hoorde bij het regime dat door de burgeroorlog eind jaren 90 omver gestoten werd en stierf in onduidelijke omstandigheden.

    De tiener Didier belandde in de gevangenis, maar wist daaruit te ontsnappen en raakte op een vliegtuig naar België. Hier kreeg hij met zijn moeder politiek asiel.

    In het Asielcentrum van Kapellen lagen de kiemen voor zijn basketbaldroom. Zijn lengte (2,13m) had hij al mee en toen Willy Steveniers, de beste Belgische basketbalspeler in de geschiedenis, zich over hem ontfermde, lonkte een mooie toekomst.

    Mbenga, die ook Belg werd, schopte het uiteindelijk tot in de NBA, waar hij onder andere bij de Dallas Mavericks speelde en twee keer kampioen werd met de LA Lakers, al werd hij wel niet veel ingezet. Kobe Bryant gaf hem zijn bijnaam: "Congo Cash".

    Portret van Mbenga en Steveniers uit 2002

    Mbenga in De Laatste Show in 2009: "Congo is het verleden" (met fragment Kobe Bryant)

    Vidovic, Stanic en Katana: de drie musketiers van Sarajevo

    Toen in 1992 Joegoslavië uit elkaar viel en onder andere de Bosnische oorlog uitbrak, trok een zwerm voetballers weg uit de Balkan. We pikken er het verhaal uit van drie voetballers die tegelijkertijd Bosnië ontvluchtten om op een dag mooie dingen te laten zien op de Belgische velden.

    Gordan Vidovic (geboren in 1968), Suad Katana (1969) en Mario Stanic (1972) speelden in 1992 alledrie bij Zeljeznicar Sarajevo, toen ze op de vlucht voor het geweld Bosnië verlieten.

    Gordan Vidovic kwam na een korte tussenstop in Zwitserland in de Belgische derde klasse terecht. Hij speelde bij Tienen en Cappellen voor hij in het vizier kwam van Moeskroen. Georges Leekens trok hem aan en speelde hem als libero uit.

    Diezelfde Leekens overtuigde Vidovic om Belg te worden en haalde hem later bij de Rode Duivels. Hij was met België aan de slag op het WK in 1998 en verzamelde 16 interlands. Na het ontslag van Leekens werd hij niet meer opgeroepen.

    Suad Katana kwam in 1992 aan in Genk. De verdediger bouwde hier een mooie carrière uit en speelde hier ook nog voor Gent en Anderlecht. Na een kort Turks avontuur kwam de Bosnische international bij Lokeren terecht, waar hij tot 2004 speelde. Een jaar later overleed hij aan de gevolgen van een hartstilstand.

    Mario Stanic groeide uit tot de beste van de musketiers. Hij belandde na wat omzwervingen pas in 1995 in België. Hij werd topschutter bij Club in 1996 en hielp Brugge mee aan de titel. Hij vertrok snel weer en beleefde nog mooie dagen bij Parma en Chelsea.

    Stanic koos in 1995 voor de Kroatische nationale ploeg en pakte daarmee brons op het WK in 1998, op weg naar 49 interlands.

    Vidovic wordt Rode Duivel in 1997

    Stanic helpt Club aan de beker in 1996

    Bekele, Belete en Abdi, lopers op de vlucht

    Goeie langeafstandlopers zijn niet dik gezaaid in België en atleten met Afrikaanse roots kunnen hier schitteren. Dat is onder anderen het geval voor Atelaw Bekele, Almensch Belete en Bashir Abdi, allen met een verleden als vluchteling.

    Atelaw Bekele kwam in 2004 op zijn 16e uit Ethiopië naar België. Hij belandde in "Het Klein Kasteeltje", het opvangcentrum in Brussel en werd uiteindelijk erkend als politiek vluchteling.

    In 2008 werd Bekele Belg en kon hij ons land vertegenwoordigen op loopwedstrijden om in 2011 als eerste Belg Europees kampioen veldlopen te worden (foto).

    Ook Almensch Belete ontvluchtte Ethiopië in dezelfde periode. Ze liet op haar 16e haar ouders achter voor een toekomst in Europa en kreeg jaren later, in 2012, een Belgisch paspoort. Ze mocht daarna meteen voor België naar de Spelen in Londen.

    Bashir Abdi, die al een ticket voor de Spelen in Rio heeft, werd geboren in het woelige Somalië in 1989. Toen hij 10 jaar was raakte hij uit een tentenkamp via gezinshereniging in België, omdat zijn moeder hier al woonde. De Belgische kampioen veldlopen in 2012 heeft dezelfde roots al Mo Farah, wereldkampioen op de 5.000 en 10.000 meter.

    Portret van Belete en Abdi

    Bashir Abdi loopt vriend Mo Farah tegen het lijf

    Vincent Kompany, zoon van een vluchteling

    Ook de Rode Duivels hadden er heel anders uitgezien zonder mensen die naar hier kwamen op zoek naar een betere toekomst.

    Pierre Kompany, de vader van kapitein Vincent Kompany, was een politiek vluchteling uit Congo. Hij had als student geprotesteerd tegen het beleid van Mobutu en was in de gevangenis beland. Hij kwam in 1975 aan in België, in 1986 werd Vincent Kompany geboren.