• home
  • video
  • pas verschenen
  • win!
  • quiz & opvallend

    "Zoals Rik was en is er maar één"

    Frank Raes was goed bevriend met Rik Coppens.

    Frank Raes zorgde tijdens de afscheidsplechtigheid voor Rik Coppens in Antwerpen voor een mooi moment. Raes had het geluk om Rik Coppens vaak te mogen interviewen en was ook een persoonlijke vriend van de held van het Kiel. Lees hier zijn integrale tekst.

    Zoals Rik was en is er maar één. En zal er ook nooit nog één komen. Als voetballer en als mens viel en valt hij niet na te bootsen. Van kindsbeen af was de bal zijn beste vriend. Die hing aan zijn voet als aan een touwtje.

    Rik Coppens, Dé Coppens, was geboren om in het middelpunt van de belangstelling te staan. Omdat hij fantastisch kon voetballen en alles durfde.

    Gezag of ontzag stond niet in zijn woordenboek. Hij voetbalde ontzettend graag en wou iedereen laten meegenieten. Rik wou niet zó maar winnen, hij wou spektakel brengen, de tribunes laten vollopen. Hij vond zich de beste omdat hij de beste was. En dat mochten de mensen best weten.

    Rik is er eigenlijk altijd geweest in mijn leven. Mijn vader nam me van jongsaf af aan mee naar het Kiel en ik herinner me zeer vaag dat ik als vier- of vijfjarige Rik Coppens nog heb zien voetballen bij Beerschot. Het kan ook een droom zijn. Ik zat in de zon, op een houten, paars-witte bank.

    Links stond het klooster, rechts de fles, Rik trok een sliert tegenstanders naar zich toe, die kwamen op hem af als bijen op een pot honing. Hij maakte de bal ongrijpbaar en onzichtbaar, draaide rond zijn as en trapte dan plots een geniale pass naar een vrijstaande en scorende ploegmaat. Een magisch moment.

    Iedereen heeft zijn eigen Coppensverhaal

    Het is jammer dat er van Rik Coppens grand cru zo weinig beelden bestaan. Van Messi en Ronaldo hebben we honderden uren actie in high definition tot onze beschikking, van Rik niet meer dan een handvol prachtige zwart-wit-flitsen. Weinig beelden maar wel vele schitterende verhalen.

    Over de vliegende goal met zijn hak, over zijn 3 strafschoppen tegen Jean Nicolay en hoe hij telkens de hoek aan wees, over hoe hij bij een 10-1-nederlaag tegen het Santos met Pele de mooiste goal van allemaal maakte. “Dat hadden die Brazilianen nog nooit gezien.”, zei hij dan.

    Over hoe hij met opzet een strafschop miste tegen Anderlecht omdat de trainer hem op een verkeerde positie had opgesteld. Over hoe hij Rinus Terlouw, Rinus de rots, helemaal doldraaide in België-Holland, hoe hij de Duitse verdediger Werner Liebrich, net wereldkampioen geworden met West-Duitsland, alle hoeken van het Heizelstadion liet zien, hoe hij op de bal ging zitten, hoe hij drie verdedigers dribbelde, kon scoren maar nog eens terugkeerde om ze nog eens te dribbelen en dan toch te scoren.

    Hoe er 10.000 supporters naar een reservewedstrijd van Beerschot trokken omdat Rik na 9 maanden blessureleed zijn wederoptreden maakte, of hoe Rik rechtstreeks van het café naar het stadion trok en toch nog drie doelpunten maakte. Guy Thijs heeft me eens verteld dat ze na een Nederland-België op zondag in Rotterdam pas dinsdagmiddag weer in Antwerpen arriveerden.

    Onvergetelijk is ook hoe Rik als trainer van Beerschot op Anderlecht de bal eens recht naar boven over de tribune buiten het stadion keilde. Een meesterlijke trap was het, technisch perfect uitgevoerd en het ongeëvenaarde hoogtepunt van de avond.

    Ieder heeft zijn eigen Coppensverhaal. Rik was wereldberoemd in Antwerpen en tot ver daarbuiten. Hij lokte op zijn ééntje duizenden liefhebbers elke week naar het voetbal.

    Rik was op zíjn manier zeer innemend en hartelijk

    Want Rik was een vedette, een BV lang voor er van die mensensoort sprake was. De James Dean van het Kiel, de Marlon Brando van Antwerpen, die naar de training kwam in een Cadillac, een Buick of een Porsche.

    Rik was snel van voeten maar net zo goed snel en giftig van tong. Radder dan de strafste Stand up-comedian. Rik speelde graag, met de bal, met zíjn taal, het Antwerps, en ook met andermans voeten. Rik ging graag in de contramine en kon je met één oneliner neersabelen.

    Rik had humor, zijn eigen subtiele variant van de Antwerpse zwans. Ik ken Rik via de verhalen van mijn vader, als speler die onder hem getraind heeft, als journalist die hem interviewde. En ik heb zeer dikwijls zeer hard en veel moeten lachen met zijn uitspraken.

    Rik was gewoonweg grappig en op zíjn manier zeer innemend en hartelijk. Het was hartverwarmend om te zien hoe wonderwel het klikte met Vic Mees en Marcel Dries, van Antwerp en Berchem, de aartsvijanden aan de andere kant van ’t stad. Vic lag voortdurend dubbel bij de moppen van Rik. Vic en Rik.

    Wilde je een interview met Rik, zei hij in het begin steevast Nee. “Gienen taaid, ik moet naar den bakker.” Maar aan de buiging van zijn stem hoorde je dat blijven aandringen de enige remedie was. En dat hij gecharmeerd was om nog eens voor het voetlicht te kunnen treden.

    Bij het maken van een groot portret zo’n 15 jaar geleden hebben we veel en lang gepraat, urenlang. Nadien belde hij geregeld. In zijn heel eigen stijl. Rik zei nooit zijn naam aan telefoon als hij opbelde. Dat vond hij overbodig. Als het een paar seconden stil was en er klonk gegrom aan de andere kant van de lijn wist ik dat hij het was. “Wíe anders?’ , zei hij dan en maakte zijn beklag over één of andere quizvraag bij Herman Molle. Of om te melden wie het broodje martino had uitgevonden. Of om te laten weten dat hij Count Basie liever hoorde dan Dave Brubeck of dat Denise een zwak had voor Billie Holiday.

    Rik kon over alles meepraten: over vis natuurlijk, jazz, verre landen, auto’s, de oorlog, maakte niet uit. Over zichzelf, over zijn diepste roerselen of twijfels, over ouder worden sprak hij veel minder. Rik liet zich niet zomaar kennen.

    Zijn ironie gebruikte hij ook als harnas, als pantser tegen de soms zeurende buitenwereld. Of om, wie weet, een soort verlegenheid te maskeren. Dat zal ik ooit eens aan Denise moeten vragen.

    Rik, we gaan u missen. Tene quod bene

    De laatste maanden ging het niet goed met Rik. Het leven verdween uit zijn ogen. Toen hij vorig jaar in september gehuldigd werd en een staande ovatie kreeg van duizenden jonge fans, brak zijn bekende monkellach weer door. Hij gaf de aftrap en voegde er fluisterend aan toe: "En dan heb ik nog niet deurgeshot."

    Het was een ontroerende avond aan de arm van Denise, die tot de laatste adem aan zijn zij heeft gestaan. We werden er allemaal stil van. Liefde in goede en kwade tijden. Ook van Jeanke, zijn schaduw en klankbord.

    Rik, ge hebt stadions doen vollopen en nu ook de kathedraal van Antwerpen. Als je kon zien wie hier allemaal zit, zou je breeduit lachen denk ik. Of iets zeggen wat ons allemaal weer op het verkeerde been zou zetten.

    Rik, we gaan u missen.
    Tene quod bene. Daarboven.