• home
  • video
  • pas verschenen
  • win!
  • quiz & opvallend

    Allijns: "Vertrouwen in management was weg"

    Allijns weet dat het vertrouwen in Martens zoek was.

    Joseph Allijns kan als lid van de Raad van Bestuur bij de bond perfect het vertrek van Steven Martens plaatsen en de omstandigheden kaderen. "Hij besloot wijselijk dat hij in die sfeer niet meer kon voortwerken", zegt de voorzitter van KV Kortrijk.

    Jospeh Allijns was er vrijdag bij toen op de Raad van Bestuur beslist werd dat er een vertrouwensstemming over Martens moest komen.

    "Normaal praat ik daar niet over, maar als ik zie wat al in de pers verschenen is, kan ik ook het verhaal doen."

    "Er was tijdens de vergadering wantrouwen tegenover de directie en het management. Toen werd bij meerderheid van stemmen beslist om een motie van wantrouwen op de agenda van het Uitvoerend Comité te plaatsen."

    "Op dat ogenblik was duidelijk dat de positie van Steven Martens onhoudbaar was. Die meerderheid binnen de Raad van Bestuur zou zich ook tonen binnen het Uitvoerend Comité."

    "Ik ben dus niet verrast. Ik was er al van overtuigd dat Steven zijn ontslag zou aanbieden. Hij is een verstandig man en heeft wijselijk besloten dat hij zo niet kon voortwerken. Hij wil werken in een sfeer waarbij hij 100% vertrouwen geniet van de mensen die hem omringen."

    Allijns: "Iets ging fundamenteel verkeerd"

    Steven Allijns weet dat Steven Martens grote verdiensten had voor de bond. "Hij heeft de KBVB een nieuwe drive gegeven. De bond was een amorf instituut geworden en er is veel veranderd dankzij Steven."

    "Maar als je in een jaarrekening na een omzetstijging van 50% uiteindelijk 200.000 euro verlies boekt, dan weet je dat er iets fundamenteel verkeerd is gegaan."

    "En daarover verschilden de meningen. Er is erg veel geïnvesteerd en uitgegeven. En misschien komt de return on investment nog, maar dat blijft de vraag."

    "Ik denk dat door het succes van de Rode Duivels de bond zijn kerntaken enigszins uit het oog verloren is. Die moeten zich richten tot de leden en de profploegen, waarmee er geen goeie verstandhouding meer was. Daar kwam geen oplossing voor."