• home
  • video
  • pas verschenen

    Joël Smets voor WK: "Zet mijn geld op Desalle"

    Joël Smets: "Ik zie Cairoli het seizoen niet domineren."

    Vanmiddag begint het WK motorcross in Valkenswaard. Sporza belde vooraf met ex-wereldkampioen en bondscoach Joël Smets. "Ik zet mijn geld op Desalle, uit chauvinisme, maar ook uit realisme."

    Antonio Cairoli won het WK MX1 de voorbije drie jaar. "Hij zal bij de bookmakers ook weer de meeste punten krijgen, maar ik verwacht een seizoen zoals vorig jaar. Toen kon hij niet het hele seizoen domineren." 

    "Tot halfweg het WK stond Desalle op kop, tot die geblesseerd uitviel. Cairo-li won niet veel races, maar was heel regelmatig en maakte de minste fouten."

    Smets verwacht dus heel veel van Clément Desalle. "Hij heeft een speciaal karakter en doet het op zijn manier. Zo reed hij heel weinig voorbereidingsraces. Het wordt afwachten, maar hij is helemaal hersteld van zijn blessures."

    Smets denkt dat de Belg van Suzuki een grote stempel zal drukken op het WK en klaar is voor zijn eerste titel. "Dat was hij ook al vorig jaar. Maar soms hebben blessures te maken met onervarenheid. Die ervaring heeft hij nu."

    "Hopelijk vallen voor hem en voor België de puzzelstukken op de juiste plaats", zegt Smets aan Sporza.

    "Nog kapers op de kust"

    Joël Smets ziet nog enkele andere namen die zich kunnen mengen in de titelstrijd:

    • Steven Frossard (Fra): "Groot, sterk en technisch behoorlijk. In zijn eerste jaar werd hij meteen vicewereldkampioen."
    • Gautier Paulin (Fra): "Die komt uit de MX2. Hij won vorig jaar met een wildcard de laatste GP van 2011 in de MX1."
    • Jevgeni Bobrysjev (Rus): "De jonge Rus won vorig jaar ook een Grand Prix."
    • Ken De Dycker: "KTM is een prachtkans, misschien de laatste. Fysiek staat hij scherp. Als hij echt goed is, weten we tot wat hij in staat is."
    • Kevin Strijbos: "Als hij gespaard blijft van zijn pech en blessure van de voorbije jaren, heeft hij het talent om vooraan mee te rijden. Ik zie hem in de top 5."