• home
  • video
  • pas verschenen

    Tom Boonen sprint naar winst in Parijs-Nice

    Tom Boonen is de snelste van een uitgebreide kopgroep.

    Tom Boonen (Omega Pharma-Quick Step) heeft de tweede rit in Parijs-Nice gewonnen. In de sprint van een kopgroep van 21 renners was hij de sterkste. Bradley Wiggins neemt de gele leiderstrui over van Gustav Erik Larsson.

    Door de tegenwind bleef de wedstrijd lang gesloten, maar Olivier Kaisen mocht het toch even op zijn eentje proberen. De renner van Lotto-Belisol reed even voor het peloton uit en kwam als eerste boven op de enige helling van de dag.

    Maar toen de grote kanonnen de zijwind voelden, ging de gashendel open in het peloton. Dat peloton viel uiteen in enkele waaiers en leider Larsson miste de goeie trein.

    Een kopgroep met onder anderen Boonen, Chavanel, Leipheimer, Maes, Valverde, Wiggins, Van Garderen, Monfort en Vanmarcke scheurde zich af en reed de rest op meer dan 2 minuten.

    De Gendt en Leukemans waren de pechvogels. Bolletjestrui De Gendt had pech toen de waaiers werden getrokken en verloor meer dan 11 minuten. Leukemans zat mee voorin, maar viel er letterlijk weg.

    Chavanel en Maes loodsten Boonen naar de rechte lijn en Boonen maakte het werk van zijn ploegmaats af met een machtige sprint, Vanmarcke werd vierde. Voor Boonen is het zijn honderdste UCI-zege. Wiggins is de nieuwe leider. Leipheimer en Boonen volgen op 6 en 7 seconden.

    Boonen zijn 100e UCI-zege werd 's avond trouwens gevierd in het hotel van Omega Pharma-Quick Step. Na de maaltijd kreeg Boonen een mooi versierd dessert voorgeschoteld (foto).

    Boonen: "Ik had er goeie moed op in de sprint"

    "Ik voelde me goed", zegt Tom Boonen. "In het begin van de wedstrijd hebben we niet echt gekoerst, maar eenmaal het op gang kwam, was het echt zwaar. Naarmate het duidelijk werd dat we zouden sprinten, had ik er goeie moed op. Zeker omdat in zo'n lastige etappe en een zware spurt de kracht naar boven komt."

    "We wisten dat de beslissing in de etappe aan een rotonde zou vallen. Links was de snelste weg, maar ik reed rechts. Met mijn ploegmakker Levi Leipheimer ben ik drie waaiers moeten voorbijrijden om naar de leiders toe te knallen: het was een inspanning waar ik toch 20 kilometer van moest bekomen."

    "Of ik heel goed ben? Ik ben goed, er kan nog wel wat bij. Het belangrijkste voor de ploeg is nu om Leipheimer zo comfortabel mogelijk naar de slottijdrit te brengen. Hij moet Parijs-Nice proberen te winnen voor onze ploeg, zo simpel is het."