Stefan Everts na testrondje op BMX-parcours: "Lucht, lucht!"

do 04/06/2015 - 11:56 Van 21 tot 25 juli vindt in Zolder het wereldkampioenschap BMX plaats. Speciaal voor sporza.be is motorcrossheld Stefan Everts het parcours gaan verkennen. "Als motorcross de 3.000 meter in de atletiek is, dan is BMX een 100 meter sprint", concludeert Everts.

Snakken naar adem

"Lucht, lucht!", roept tienvoudig wereldkampioen Stefan Everts na een eerste testrondje. BMX blijkt een heel explosieve sport.

"Wij trainen dan ook op explosiviteit en techniek, veel minder op conditie", zegt Elke Vanhoof, de beste Belgische vrouw in het BMX'en en de nummer 15 van de wereld. 

Vanhoof wil zich in juli uiteraard tonen op het WK in eigen land. "Ik mik op een podiumplaats in de tijdrit. Die discipline ligt me. Op het WK van vorig jaar haalde ik een vierde plaats.  Op mijn thuisparcours moet er meer inzitten."

"In de gewone race wil ik zeker de finale bereiken. Zodra je die bereikt hebt, is alles mogelijk. De concurrentie komt vooral uit Colombia met de regerende olympische kampioene. Daarnaast zijn er de VS, Nederland en Frankrijk."

Wennen aan de lichte BMX-fiets

"Als kind reed ik vaak op de BMX, maar dan vooral op omloopjes die we zelf bouwden", zegt Stefan Everts, die voor sporza.be het parcours in Zolder woensdag ging verkennen.

Maar springen over de bergen in Zolder zit er voorlopig niet in.

"Na al die jaren op de motor is het vooral wennen aan de lichtheid van de fiets. Een motor weegt 100 kilogram, een BMX-fietsje misschien 4 kilogram. Dat maakt hem een pak minder stabiel."

Tips van Elke: pompen en trappen

Elke en Stefan beginnen op een stukje van het parcours met veel korte heuveltjes. 

"Trappen moet hier niet", zegt Elke. "Je duwt met je hele lichaam mee. Je volgt gewoon de bergen. Het is heel belangrijk om je wielen aan de grond te houden. Door op deze manier te pompen, maak je snelheid."

Opgepast: niet trappen in de bochten

"Je moet sowieso vermijden om op de bergjes te trappen. Je komt al snel met je pedalen op de grond en dan val je. "

"Ook in de bochten moet je heel goed letten op de plaatsing van je pedalen. Als je de bocht links ingaat, moet je het rechterpedaal naar beneden drukken en omgekeerd."

"Trappen in een bocht is uit den boze", zegt Elke.

Het startschot: eerste oefenen op de kleine startplaats

In Zolder zijn er twee startplaatsen. Er is een kleinere ramp voor de jeugd en voor initiaties. De profs nemen de olympische ramp van 8 meter hoog.

"Starten doen je met beide voeten op de pedalen", legt Elke uit. "Je moet de juiste balans zoeken. Dat kan in het begin moeilijk zijn."

"Druk zetten met je voorste voet kan wel een hulp zijn. Op die manier zet je je fiets vast tegen de startplank."

"In competitie rijden we met zo'n rotvaart naar beneden dat je over de eerste heuvels moet springen. Pompen op die heuvels is geen optie, dan heb je sowieso verloren."

Filmpje van de verkenning met Stefan Everts:

vod

Het volledige rondje vanop de fiets van Everts:

vod