Heisa rond Britse skeletonpakken: 4 controversiële voorgangers

wo 14/02/2018 - 13:42 Er heerst momenteel veel commotie rond de skeletonpakken van de Britten op de Winterspelen in PyeongChang. De pakken met een onregelmatige belaging en speciale spoilers zouden opvallend snelle tijden laten noteren. Welke innovaties in de sport veroorzaakten nog veel beroering? Een overzicht.

De ‘haaienpakken’

Tijdens de Olympische Spelen van 2008 in Peking lanceerde Speedo de beruchte ‘haaienpakken’. De gladde zwempakken die bijna het volledige lichaam omhulden zouden minder weerstand opleveren en zorgen voor snellere zwemtijden.

Het vervolg is ondertussen geschiedenis: het ene zwemrecord sneuvelde na het andere. De beste olympiër aller tijden, Michael Phelps, veroverde maar liefst 8 keer het goud. Ook het jaar daarop stapelden de records zich op, waarop de internationale zwemfederatie (FINA) besliste om strakkere regels op te leggen. Vandaag moet de zwemkleding volledig uit textiel bestaan en mogen bepaalde delen van het lichaam niet bedekt worden.

De klapschaats

De klapschaats is een innovatie die al in 1984 het levenslicht zag. Toch duurde het nog 12 jaar eer de eerste toppers er gebruik van durfden te maken. In 1996 verloor de Duitse Gunda Niemann, die op dat moment het schaatsfirmanent overheerste, voor het eerst in drie jaar een Wereldbekerwedstrijd. Ene Tonny de Jong won toen tegen alle verwachtingen in de 3000 meter. Op, jawel, klapschaatsen. Sindsdien is de klapschaats niet meer weg te denken uit de schaatssport. 

De cynische sfeer die eerst heerste omtrent de innovatie maakte plaats voor verbazing na het schaatsseizoen in 1996. Toen werden alle schaatsrecords, bij de mannen én de vrouwen, met meer dan een seconde verpulverd. De schaatsers die de boot gemist hadden, zwichtten alsnog.

De klapschaats vereist een grote aanpassing van de techniek. Waarbij een conventionele schaats het scharnierpunt op de top van het ijzer ligt, bevindt dat punt zich bij een klapschaats op een efficiëntere plaats. De klapmechaniek maakt het mogelijk de enkel te strekken bij de afzet terwijl het ijzer op het ijs blijft.

Het ovale tandwiel

Chris Froome liet ons voor het eerst kennismaken met het ovale tandwiel tijdens de Tour de France in 2013. De Brit zou met dezelfde moeite een tandje groter kunnen rijden en vooral een stapje voor zijn in tijd- en bergritten. Dit veroorzaakte heel wat ophef.

Uiteindelijk zou Froome zijn eerste gele trui in de wacht slepen, later zouden er nog 3 volgen. Het vernieuwde tandwiel bracht echter geen grote veranderingen op til in het peleton. Dit zou mede te maken hebben met commerciële belangen en twijfel over het exacte voordeel van het tandwiel.

De tijdritpakken van Sky

In de openingstijdrit van de Ronde van Frankrijk vorig jaar verbaasden de renners van Sky vriend en vijand. Toen finishten 4 renners van de ploeg in de top tien.

De technische analist van FDJ, Fred Grappé, wijtte die prestatie aan de tijdrit pakken van de Britse wielerformatie. Op de armen en schouders van de tenues zaten stroken met bolletjes op. Het aerodynamisch voordeel zou volgens Grappé "meer dan 18 seconden tijdswinst opleveren".

De UCI stond machteloos tegenover de innovatie, want de bolletjes waren geïntegreerd in de stof. Conform de regels dus. "Als de bolletjes zich op de pakken hadden bevonden, was het een ander verhaal geweest", gaf UCI-commissaris Philipp Mariën toen toe.